Slapend dienstverband na arbeidsongeschiktheid? Transitievergoeding? - De wetgever wordt eindelijk wakker!

Een van de grotere missers ( er zijn er meer) in de Wet Werk en Zekerheid ( WWZ ) : Als ondernemer betaal je eerst minimaal twee jaar het loon door aan een blijvend arbeidsongeschikte werknemer en investeer je ook nog eens aanmerkelijke bedragen in de arbeidsdeskundige en ( arbo ) medische begeleiding gedurende die twee jaar. Onvoldoende inspanning door de werkgever in die twee jaar kan immers zomaar nog een sanctie opleveren van een derde jaar loondoorbetaling. Voor kleinere en middelgrote ondernemingen zijn hier evident grote belangen mee gemoeid. Aan het eind van de twee jaar werd er vóór inwerkingtreding van de WWZ vrijwel automatisch door de werkgever een UWV aanvraag ingediend om de arbeidsovereenkomst nadien op te kunnen zeggen. Daar was de werkgever op dat moment geen ontslagvergoeding bij verschuldigd. Dat veranderde echter rigoreus bij de invoering van de WWZ. Door de invoering van de transitievergoeding was de werkgever voortaan automatisch een ontslagvergoeding verschuldigd aan de werknemer indien de werkgever overging tot ontslag van de werknemer na minimaal twee jaar dienstverband. Bij de invoering van deze regel werd er geen uitzondering gemaakt voor een einde dienstverband na langdurige arbeidsongeschiktheid. Gevolg: De werkgever had al minstens twee jaar doorbetaald en wordt na opzegging plots geconfronteerd met het feit dat hij ook nog even de transitievergoeding mocht ophoesten, oplopend tot EUR 75.000,- bruto of zelfs hoger bij een hoger jaarsalaris. Dit fenomeen werd in de praktijk door werkgevers als zeer ongewenst en oneerlijk ervaren.

De arbeidsrechtelijke praktijk zocht en vond een juridisch lapmiddel: De arbeidsovereenkomst van de arbeidsongeschikte werknemer werd na twee jaar arbeidsongeschiktheid en doorbetaling niet opgezegd. Formeel bleef daarmee de arbeidsovereenkomst in stand en was er geen transitievergoeding verschuldigd. De werknemer kon wegens het wegvallen van de loonbetalingsplicht gewoon aanspraak maken op een IVA/WIA uitkering maar zag uiteraard met lede ogen dat er geen transitievergoeding betaald werd omdat het dienstverband nog bestond. Regelmatig hebben werknemers vervolgens getracht via de kantonrechter zèlf de arbeidsovereenkomst te laten eindigen en alsnog de transitievergoeding te krijgen. Dat lukte echter niet: Het enkele feit dat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet opzegde om de betaling van een vergoeding te voorkomen, werd niet beschouwd als zelfstandige grond waarop de arbeidsovereenkomst alsnog kon worden beëindigd onder toekenning van een (transitie) vergoeding. Gevolg: Er bleef een inhoudsloze arbeidsovereenkomst in stand, de slapende arbeidsovereenkomst .

Met betrekking tot de transitievergoeding waren er dus twee problemen: (1) De werkgever wilde of kon de transitievergoeding in een aantal gevallen niet betalen en liet de arbeidsovereenkomst in stand en (2) de werknemer meende na twee jaar arbeidsongeschiktheid aanspraak te kunnen maken op de transitievergoeding maar viste achter het net als de werkgever niet beëindigde.

De slapende arbeidsovereenkomst zelf droeg ook nog een risico met zich mee. Als de arbeidsongeschikte werknemer (ver) na de twee jaar arbeidsongeschiktheid alsnog arbeidsgeschikt zou worden, dan zou hij kunnen aankloppen bij zijn 'oude' werkgever en aanspraak kunnen maken op zijn oude functie en bijbehorende emolumenten. Hij beschikt immers voor die functie nog steeds over een arbeidsovereenkomst. Heeft de werkgever die functie niet meer beschikbaar, en dat zal na al die jaren afwezigheid al snel het geval zijn, dan zal de werkgever desalniettemin toch gewoon de salarisbetalingen moeten hervatten aan de werknemer; deze geeft immers aan dat hij beschikbaar is om zijn kant van de contractuele afspraken na te komen en heeft daarom aanspraak op loon. Wederom een verre van ideale situatie want ook de welwillende werknemer zal liever zijn functie weer vervullen dan dat hij opnieuw niet nodig blijkt.

Overtuigd door de hoeveelheid kritiek uit de praktijk, is de wetgever gaan werken aan reparatiewetgeving voor WWZ problematiek. Een van de onderwerpen waar aandacht aan is besteed, betreft de samenloop van langdurige (blijvende) arbeidsongeschiktheid en transitievergoeding. Vorige week (begin november 2016) is er een concept (!) voorstel van wet neergelegd dat de problemen zou moeten oplossen. De (blijvend) arbeidsongeschikte werknemer behoudt aanspraak op een transitievergoeding bij einde dienstverband. Die vergoeding gaat echter aan de werkgever voldaan/geretourneerd worden door de overheid vanuit de algemene middelen van het Awf . Ergo, de overheid gaat deze transitievergoedingen betalen en ontlast daarmee de werkgever. De kosten daarvan worden opgebracht door een generieke premieverhoging voor het Awf. Iedereen betaalt dus mee.

De regeling zou terugwerkende kracht moeten krijgen tot 1 juli 2015, het startpunt van (het grootste deel van) de WWZ. Alle werkgevers die in de tussentijd wel al een transitievergoeding hebben betaald bij opzegging van een arbeidsovereenkomst met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer, kunnen de transitievergoeding daarmee alsnog vergoed krijgen door de overheid. Dit zal op aanvraag van de werkgever gebeuren en, uiteraard, moeten voldoen aan bepaalde formele vereisten teneinde controle mogelijk te maken.

De beoogde invoeringsdatum is 1 januari 2018. De slapende arbeidsovereenkomsten zullen tot die tijd allicht nog in stand blijven omdat werkgevers eerst zekerheid zullen willen hebben dat ze daadwerkelijk de transitievergoedingen vergoed krijgen. Nadien wordt het waarschijnlijk een snel aflopend fenomeen en krijgen ook de werknemers meer zekerheid over de betaling van de transitievergoeding.

Kennis van arbeidsrecht? Lexcellent Advocatuur ! Altijd wakker!

Roger van der Meer
Volg mij op LinkedIn voor meer updates aangaande arbeidsrecht.

 

 

 
   « Producten overzicht